in het park tilt vader de zoon uit zijn koets
en noemt de dingen: boom blad bloem groen pad
lettergrepen van betekenis, met onvaste hand
wijst de zoon mee, zover zijn geduld reikt
dan wringt hij zich los uit de greep
begint onbedaarlijk te krijsen
om hem te sussen hangt vader de nar uit
maar de sirene loeit onverstoorbaar verder
voor de lieve vrede onderdrukt hij de aandrang
om het kind in een doos te leggen
een postpakket voor de klachtendienst
een tel later kraait de zoon weer van de pret
zal vader een tweede exemplaar bestellen