• Wim Vandeleene

de werf van morgen

de helft van het dorp werd gesloopt

de school waar hij aap noot vis las

met een wijsvinger onder elk woord

zonder opstand gingen muren tegen de vlakte

een tapasbar rees uit het puin van een kroeg

ooit een heilige plek, een oord van verderf

de tapkast als altaar, het gewijde biervat

de oude bib lijdt nog aan leegstand

onder het gebinte wonen schimmen van lezers

bij de banketbakker kan je nu halters heffen

spieren spiegelen, naar een bergtop steppen

op de kaart van zijn geheugen wijkt de schaal af

het weidse speelveld kromp tot peutertuin

een weduwe kocht het ouderlijke huis

haar spons ging over vingerafdrukken