• Wim Vandeleene

nestelen in de stamboom

in de zoektocht naar mijn wieg

stoot ik op een boom waarin mijn stamvader zit.

hij keurt mij bazig. ik haal het argument aan

dat de grond bij onweer veiliger is.


hij klimt omlaag wanneer ik de donder nadoe.

we wisselen klanken en misverstanden uit

tot we begrijpen dat we soortgenoten zijn.

het gras ligt als een hoogpolig tapijt

uitgerold over de vlakte.


met geduld leer ik hem rechtop lopen.

de rui wist zijn vacht uit. bewust van ons verschil

trek ik kleren uit en laat ze liggen bij mijn schaamte.

vogelvrij verklaard klim ik in zijn boom.

onder zijn bladerdak vind ik mijn wieg.