• Wim Vandeleene

inslag


sinds Adam weet ik

dat ik geen rib kan missen,

dat de vrouw al in de man is.

het blijkt in de droom als je me treft

zonder me aan te raken, een meteoriet

die door mij valt. je brandt van de weerstand

die ik bied. het moment slaat in en schokt na,

waarna ik in het midden van een krater sta.

je lokt me vanop de rand.

ik klim er uit, grijp naar enkels.

plaagziek schud je me af. als in een duel

trek ik me op, tot we op gelijke hoogte staan.

wanneer je me doorprikt sta ik voor schut.