• Wim Vandeleene

de trein naar de prikklok

het blok heb ik van mijn enkel geschud.

met een rugzak vol veren spurt ik naar het spoor.

mijn benen dragen me met twee treden tegelijk

de roltrap op. ik zwaai een stipte trein uit,


stap in de volgende. de bestemming laat ik over

aan de locomotief. hij haalt stroom uit de lijn

die de afstand overspant. als ik de conducteur

een joker voor houd, ontsnap ik aan de boete.


deze trip kan niet ontsporen.

je flitst voorbij in de andere richting,

geeft me de reden voor een retour.